Refrein:
Jakob danste over straat.
Een vreemdeling sprong daar tevoorschijn.
“Vreemdeling,” zo vroeg hij, geef me raad:
1. Wat zou er blauwer dan de zee zijn?”
“Blauwer dan de zee,” zo zei hij,
"Blauwer kan alleen de lucht maar zijn."
"Blauwer dan de zee,” zo zei hij,
“Blauwer kan alleen de lucht zijn.”
Refrein...
2. Wat zou er witter dan de zwaan zijn?”
“Witter dan de zwaan," zo zei hij,
“Witter kan alleen de sneeuw maar zijn."
"Witter dan de zwaan,” zo zei hij,
“Witter kan alleen de sneeuw zijn.”
Refrein...
3. “Wat zou er roder dan de roos zijn?”
“Roder dan de roos,” zo zei hij,
"Roder kan alleen ons hart maar zijn."
"Roder dan de roos,” zo zei hij,
"Roder kan alleen ons hart zijn.”
Refrein...
4. Wat zou er geler dan een bloem zijn?”
“Geler dan een bloem,” zo zei hij,
“Geler kan alleen de zon maar zijn."
"Geler dan een bloem,” zo zei hij,
“Geler kan alleen de zon zijn.”
Refrein...
5. Wat zou er groener dan een kikker zijn?”
“Groener dan een kikker,” zei hij,
“Groener kan alleen het gras maar zijn."
“Groener dan een kikker,” zei hij,
“Groener kan alleen het gras zijn.”
t. Marita Kruiswijk
m. Marian Nesse