Het slakje zit in haar huis.
Ze kijkt en steekt haar hoorntjes uit.
Begint met kruipen.
Kruipt, kruipt, kruipt,
Komt langzaam vooruit.
Kruipt, kruipt, kruipt,
Staat stil.
Is moe en trekt in haar hoorntjes fijn,
En rust uit in haar huisje klein.

Wilma Ellersiek
Vertaling: Hennie de Gans-Wiggermans

Voor dit spel is het essentieel om de karakteristieke rust van de slak over te brengen. Dan werkt het op z'n best. Voor drukke kinderen kan het kalmerend werken. Voor rustige kinderen is het een fijne herkenning. 

Je kunt ook van hand wisselen of zelfs met twee handen het spel doen. Bouw dit wel langzaam op.