Achter de wolken slaapt Jan de wind.
Maar dan kijkt ie over het randje,
En wat ziet ie daar?
Op de dijk staan met z'n vieren,
Hoge zilverpopulieren.
Wuiven maar en buigen maar.
Van elkaar en naar elkaar.
En al die ritselende blaadjes,
Hebben duizend fluisterpraatjes.
"Wist je dit? En wist je dat?"
Ik zou wel willen weten wat.
Maar Jan de wind kan het niet horen.
En hij blaast over de wolk.
Hoei! Hoei! Hoei!
(Dit stuk twee keer herhalen)
*Laatste keer
Maar Jan de wind kan het nog niet horen.
En hij duikt terug achter de wolken.
Hennie de Gans-Wiggermans